Ik las deze week een RD-artikel over kerkpijn. Het deed iets dubbels met me. Aan de ene kant dacht ik: eindelijk wordt dit thema genoemd in de refo-wereld. Aan de andere kant voelde ik mijn eigen pijn juist scherper dan ooit.
Waarom? Omdat het artikel het heeft over rugzakken, projecties en communicatieproblemen. Maar niet over de diepe emotionele schade die al generaties lang wordt toegebracht in een klimaat waar geen ruimte is voor vragen of reflectie op de prediking. Geen ruimte voor een andere bekeringsweg dan “alhier gepredikt.”
Voor veel mensen is kerkpijn geen misverstandje of verschil in communicatiestijl, maar een ervaring van buitensluiting. Je hoorde dat je nog “geen genade kende,” dat je “geen kind van God” was. Dat het “te kort” was op weg en reis naar de eeuwigheid. Vragen werden gezien als verzet tegen de waarheid die van de kansel klonk.
Juist dát blijft liggen: de systematische stilte rond geestelijke en emotionele schade door een theologisch systeem dat vaker deuren sloot dan opende. Kerkpijn is geen rugzak die je zelf meedraagt, maar een last die je is opgelegd.
Zolang die waarheid niet uitgesproken wordt, blijft het bij praten óver. Terwijl echte genezing pas begint wanneer er geluisterd wordt naar wie gebroken werd. Kerkpijn is geen kaderbegrip, maar een breuk in vertrouwen. Noem de schade. Gebruik woorden als emotioneel misbruik en religieus trauma wanneer dat aan de orde is. Verwissel “beschadigend” niet met “onhandig”
Ik meldde me zelfs aan voor RD Live over kerkpijn. Maar dezelfde dag besloot ik om me terug te trekken. Waarom? Omdat er maar drie gasten zijn – een predikant van de Gereformeerde Gemeenten, een psycholoog uit dezelfde kring en een aardige mediator (ooit meester op mijn vaders school) – maar geen ervaringsdeskundigen. Terwijl kerkpijn geen neutraal thema is. Het gaat om mensen die geestelijke en emotionele schade opliepen binnen de kerk.
Als zij alleen in de zaal mogen zitten, maar niet als gelijkwaardige stem aan tafel, dan herhaalt zich de kern van het probleem. Er wordt wéér over hen gesproken in plaats van met hen. En dat doet pijn. Want zonder de stemmen van hen die geruisloos verdwenen, blijft kerkpijn een concept. Nooit een werkelijkheid waar naar geluisterd wordt.
Om te laten voelen hoe dat klonk in mijn leven, deel ik dit korte 'gedicht':
Ik wilde alleen wat vragen.
Ik wilde alleen wat zeggen.
Meer niet.
En ik zei het,
Ik vroeg het,
Is het Jezus alleen
Of Jezus plus die ene ervaring
...de vierschaar?*
Toen werd u boos
Toen gaf u harde woorden,
en zei:
“U kent geen genade.
U bent geen kind van God.
Wat doet u aan het Avondmaal”
Toen sloot u de deur.
U sloot de deur naar de doop
van onze kleine
U sloot de deur naar het avondmaal.
U sloot de deur naar de kerk.
U sloot de deur naar God.
U sloot de deur.
En tegelijk weet ik dit: iemand die het zelf niet meemaakte, zal het artikel in het RD-magazine waarschijnlijk goed en helpend vinden. Je denkt dan: fijn dat dit eindelijk bespreekbaar wordt. En eerlijk waar, dat snap ik ook. Maar ik schrijf deze blog als iemand die het wél meemaakte. Ik reageer vanuit die pijn — soms scherp, soms rauw. Zie het maar als een persoonlijke voetnoot dan.
“Dat ís kerkpijn: dat kerk die de pijn veroorzaakte een stoel krijgt, en wie de pijn droeg geen stem heeft.”
—– ٠ ✤ ٠ —–
Geschreven op 22 september, toen ik het magazine las, buiten in het zonnetje. Geaarzeld. Toch online gezet.
* Lees hierover: Het laatste huisbezoek
© 2025 Aritha. Alle rechten voorbehouden.