23 feb 2026

Een in memoriam in De Waarheidsvriend en een oud oordeel

Er stond een in memoriam van ds. W.J. Gorissen in De Waarheidvriend met een foto erbij. Zijn gezicht bleef me aankijken. Ik las zijn naam hardop en dacht: waar ken ik hem van? Heb ik hem ooit horen preken? Ooit gesproken?

Hij kwam me zo bekend voor.


Opgegroeid in de GerGem

Ik las verder. Opgegroeid in de Gereformeerde Gemeenten. Als jongen wilde hij dominee worden. Iemand zei tegen hem dat dat om bekering en roeping vroeg. Dat het niet zomaar kon. Mijn GerGem-oren horen bijna hoe dat gezegd werd.

Ik las ook over de preken die hem angstig maakten. Bang voor God. Voor de dood. Voor de hel. En over de overstap van zijn ouders naar een andere kerk. Hij was toen twaalf. Het artikel vertelt over zijn studie en dat hij later dominee werd. Zijn tweede gemeente: Voorthuizen.

Díe dominee!

Daar viel het kwartje.

Dit was die dominee.

Die uit Voorthuizen.
Hervormd.
Te licht.
Te evangelisch.
Gevaarlijke man

De woorden komen zonder moeite terug in mijn herinnering. Ik hoor ze zoals ze toen klonken. Wat me nu raakt, is niet alleen dát er zo over hem gesproken werd. Het is dat ik het zonder aarzeling aannam. Ik stelde geen vragen als kind. Ik geloofde het. Dominees in de Nederlands Hervormde Kerk? Te licht. Gevaarlijk voor je ziel. En wie wil zichzelf nu bedriegen voor de eeuwigheid door naar een verkeerde dominee te luisteren?

Ik heb ds. W.J. Gorissen nooit horen preken.
Ik heb hem nooit ontmoet.
Toch kende ik zijn naam.

Van vroeger…

… als die lichte dominee uit Voorthuizen.


Ja, ik leerde labelen vóórdat ik leerde luisteren. 

En ik voel iets wat ik vroeger niet voelde: Verdriet.

Niet alleen om deze broeder.
Maar om de sfeer waarin angst gewoon zo is.
Waar je niet alleen dominees leert labelen,

maar ook je mede gelovigen in de kerkbank.

En ja… misschien ook een beetje verdriet om mezelf.
Om hoe normaal het voelde. Dat is misschien het pijnlijkste: 

... dat het zo gewoon was.


Stukje reflectie

Nergens heb ik zoveel over anderen horen oordelen als in het bevindelijke deel van de Gereformeerde Gezindte waar ik zelf ben opgegroeid.

Voor wie dit leest en zich afvraagt: voel jij je schuldig omdat je zulke dingen als kind zomaar voor waar aannam? Nee. Een kind vertrouwt. Een kind neemt over wat “geestelijke” autoriteiten zeggen. Loyaliteit staat in dit geval niet gelijk aan schuld hebben aan.

Pas later leerde ik... door goed naar mijn vader te kijken (en zijn gesprekken met de buurman af te luisteren), dat veel van wat ik had aangenomen niet klopte. Hij nam me later zelfs mee naar “lichte dominees”. Maar ik ben wel gaan beseffen: kinderen luisteren niet alleen naar wat er gepreekt wordt. Ze luisteren ook naar wat er ná de preek gezegd wordt.

Ze horen hoe namen vallen. Ze pikken de toon op. Kijk maar naar mij: zo heb ik cum laude leren labelen. Ik doe het nooit hardop hoor. Maar in mijn hoofd zet ik soms nog steeds eerst een stapje achteruit voordat ik iemand vertrouw. Geen paniek — ik ben in therapie bij mezelf. En ik geef mezelf een sticker voor elke keer dat ik eerst luister en mijn oude reflex even laat wachten


Naschrift.

Vandaag heb ik een preek van hem geluisterd. 

Van ds. W.J. Gorissen

Mijn broeder in de Heere.

De eerste die ik ooit van hem hoorde.

Het raakte me zo

Over: Ik ben met u, al de dagen... 

Grote troost

Ik zal het hem ooit zeggen ... aan de andere kant van de tijd 

14 feb 2026

Wat memoir-schrijven met me doet

Ik voel me lamlendig. Somber. Hoe lang heb ik geschreven? Ik check mijn horloge: twee uur.  Pfff. Niet eens zo lang. Dat boek ook!

Tijd voor vitamine bos


Ik hijs mezelf in mijn jas, stap in mijn wandelschoenen. Een kwartiertje later zit ik op mijn boomstronk onder de fijnsparren. Het miezert. Natuurlijk miezert het 😒

Dagboek
Ik pak mijn schriftje en schrijf:

10 januari 2026

Ik zit weer op mijn plekje, tussen de bomen. Het is heiig en het miezert. Waarom ben ik elke keer zo down als ik geschreven heb? Het gaat me nooit lukken zo. Ik heb er geen zin meer in.

En het ís ook om down van te worden, die kerk in Kootwijkerbroek waar ik opgroeide. Ik wil het graag anders zien, milder misschien, maar het is moeilijk. Die gemeente heeft tot mijn 23ste mijn leven bepaald. En later die in Veenendaal ook, al was dat anders. Terugkijken maakt me verdrietig.

Ik wist niet dat het niet normaal was hoe er gepreekt werd. Toen ik tot geloof kwam, dacht ik: dit is het. De preek is de waarheid. Wat de dominee zegt, zo is het. Ik dacht zelf ook na. Ik wikte en woog. Dat wel. Maar er was geen blijdschap. En ik vond niemand om mee te praten over de Heere, hoe goed Hij is. Het bleef stil. Een zwijgende gemeenschap.

De alleenheid.

De angst om te zeggen: ja, de Heere heeft mij bekeerd. Hij heeft mijn zonden vergeven. De angst om afgekeurd te worden.

Waarom schrijf ik dit boek eigenlijk? Wat voor nut heeft het? Ik heb geen zin in die uitputting na een uurtje schrijven.

En toch wil ik het. Voor wie er nog in zit. Misschien voor wie niet weet dat er leven is buiten wat de dominee zegt. Dat niet de volle rijkdom wordt aangezegd. Hoe groot. Hoe diep. Hoe… de liefde van Christus is. (Tekst thuis nakijken.)

Ik moet gewoon even janken.

Dat gevoel van toen: dat je beoordeeld kunt worden zonder dat je het weet. Dat veiligheid in de kerk onvoorspelbaar is. Dat iemand je kan afkeuren vanwege een aqua-kleurige bloes die boven je zwarte jas uit piept. Wit was beter geweest. Zwart met wit. Geen kleur aan het avondmaal. Dat je dat via via hoort... nooit van iemand zelf 

Was ik naïef? Nee.
Overdreven bang? Ook niet.
Maar wel hyperalert.
Gespannen als een veer van binnen

Ik hou van de gereformeerde gezindte.
Ik hou van de mensen die daarin leefden; en nog leven.
Ik heb ze lief.

Daarom doet het ook zo’n pijn.

Maar ik kan niet meer zeggen: het is mijn gereformeerde gezindte.

Ik sta buiten.

Of heb ik altijd al een beetje buiten gestaan?

De alleenheid is het ergste.

 

Ik stop mijn schriftje terug in de tas en duw mezelf omhoog van de boomstronk. Mijn schouders protesteren. Ik rol ze naar achteren. Nog een keer. Zo stijf na het schrijven.

Ik adem diep in. Boslucht. Fijnsparren. Heerlijk. Ik kijk omhoog en denk: laat het maar miezeren. Laat de regen mijn tranen maar afwassen... en ik maak natuurlijk heel veel foto’s. Mos van dichtbij. Reflectie in een modderplas. Mijn lieve heerstbeestje slaapt nog.

 En de kikkererwt-zwammetjes zijn het leukst (zoe foto)


Ergens halverwege mijn wnadeling merk ik dat ik me weer blijer voel. Zo werkt dat mij. Misschien is dit het eerlijkste inkijkje dat ik kan geven: memoir-schrijven is zoveel pittiger dan ik dacht.

Wat lijkt eenvoudiger dan schrijven over wat je het beste kent: je eigen leven?

En toch is juist dat het moeilijkste. Want zodra je schrijft, sta je niet alleen midden in je verhaal, maar kijk je er ook van een afstand naar. Je bent tegelijk degene die beleeft én degene die onderzoekt, herinnert en overdenkt.

Bron: Sidonie Smith & Julia Watson, uit Reading Autobiography: A Guide for Interpreting Life Narratives


Ik adem boslucht in. Vitamine bos, I did it. En wat is februari mooi. Opeens betrap mezelf erop dat ik een psalm neurie, huh... die psalm? 

Looft God, looft Zijn naam alom…
Looft Hem, om Zijn mogendheden,
Looft Hem, naar zo menig blijk
Van Zijn heerlijk koninkrijk,
Voor Zijn troon en hier beneden.

Voor Zijn troon!

En dan denk ik aan mijn vader. Aan mijn moeder. Aan mijn oma, opa... Aan mijn neefje. En aan nog meer namen. Al dat kerkgedoe voorbij. Geen spanningen meer. Geen vragen meer of het wel echt genoeg was. Zij zijn daar. Voor Zijn troon.

Ik heb geen idee hoe het daar is. Maar ik weet dat ze gelukkig zijn. Echt gelukkig.

En ik sta hier. In de miezer.

En zing mijn gebroken halleluja met hen mee.

31 jan 2026

Schrijven zonder haast – een januari-reflectie

In mijn hoofd ben ik inmiddels bij hoofdstuk vijf. In werkelijkheid heb ik een woord vooraf geschreven en voorzichtig aan hoofdstuk één geroken.

Ambitie genoeg.
Tempo… minder. 😅


En eerlijk? Dat stoort me niet eens. Januari zat vol mooie, gewone, waardevolle momenten. Je ziet ze terug in mijn andere blogs.
  1. Frozen Moments - mijn fotoblog
  2. Beyond Precious - een post over geduld

Ik kan schrijven. Maar zodra ik denk: nu moet het, kan ik het gaspedaal niet vinden. Ik sla niet aan op mijn eigen innerlijke commando.

En ik ben geen racer. Als ik schrijf, bekijk ik het van alle kanten. Je weet wel: deze zin krijgt een duwtje, dat woord wordt gewogen op een goudschaaltje, of het gaat er weer uit. Traag als een slak.

Daar komt nog bij dat mijn onderwerp best aan de zware kant is. Ik heb al een paar keer pauze genomen. Adempauze in het bos. Dan wandel ik onder de bomen, kijk omhoog en zeg ik hardop tegen de grijze lucht: ik leef hier. Nu. Niet meer toen.

Mijn woord van het jaar is geduld.
Vooral met mezelf.