26 mrt 2026

Lachen door een waas van tranen – wat dit boek met mij deed

Soms kom je, midden in je eigen verhaal, ineens dat van een ander tegen: Lachen door een waas van tranen van Aaltje Hendriks. Nadat ik er een artikel over had gelezen, kocht ik het.

Ik begon erin te lezen toen iedereen weg was. Onder mijn elektrische deken, kaarsje aan… het had iets gezelligs. Een stil moment voor mezelf. Maar al gauw verdween dat gevoel. Het verhaal slokte me op. De rust van dat moment maakte plaats voor iets anders. Iets donkers. Rauw.

Aaltjes jeugd kwam heel dichtbij. Niet als een verhaal van iemand anders, maar alsof het een gedeelte van mijn eigen jeugd raakte. Bij haar thuis zoveel anders dan bij mij thuis. Maar tegelijk herkenbaar genoeg om niet vreemd te zijn.

Wat zij beschrijft: de woorden, de sfeer. Dat grote, dat zware. Ik kreeg het er koud van. 

 Een citaat van wat er op catechisatie gezegd werd:

“Kinderen, vandaag wil ik jullie een bijzonder ernstige waarschuwing meegeven. Wat ik nu ga zeggen, moeten jullie je leven lang onthouden. (…) Daarom wil ik jullie wijzen op het grote gevaar van de Gereformeerde Gemeente. In naam lijkt zij veel op die van ons. Maar begeef je niet onder hun gehoor. Want misschien zou je niet in de gaten hebben hoe gevaarlijk deze kerk is. Ik zeg jullie: het is de witte duivel. Ja, het is de witte duivel.”

Wat ik verbazingwekkend vind, is dat dit citaat over mijn toenmalige kerk gaat (de Gereformeerde Gemeente), terwijl ikzelf in mijn jeugd precies zulke woorden hoorde… over de Hervormde kerk, die natuurlijk weer lichter was dan onze GerGem.

---

Hieronder een foto van een willekeurig hoofdstuk uit het boek.

Dit boek pakt je, omdat het niet alleen laat zien wàt er gezegd wordt, maar ook hoe het kan landen bij een kind. Ik zag mezelf. Voelde hoe het voelde. Ooit. 

Hoeveel jaar geleden?

Later in het boek merkte ik dat er iets verschoof bij haar thuis. Dat Aaltjes moeder zich behoedzaam iets losmaakte van de leer van de kerk en dichter bij de Bijbel ging leven. Niet met grote woorden, maar merkbaar, tussen de regels door.

Dat maak dit boek zo intrigerend voor mij

Ik heb het in één keer uitgelezen, omdat ik het niet weg kon leggen. Het verhaal van een meisje dat een zelfstandige vrouw wordt... door alles heen vastgehouden door haar hemelse Vader. Met een jeugd in een kerk die voor mij bijna hetzelfde voelt… maar door haar thuissituatie toch zo anders dan die van mij.

Natuurlijk verlang ik er nu naar om Aaltje in het echt te spreken.
Voor een handtekening in mijn boek… en een gesprek van hart tot hart


PS

Als ik andere memoirs lees, ga ik vaak vergelijken. Niet of ik het kan, maar of ik niet te voorzichtig ben. Moet ik meer vuile was buiten hangen dan ik nu doe?

Opvallend genoeg had ik daar bij dit boek veel minder last van. Terwijl het juist zo dicht bij mijn eigen verleden komt. Waarom nu niet?

Dat komt door iets wat ik vorige week las van Charles Spurgeon:

Als jij de piccolo moet bespelen, speel hem dan zo goed als je kunt; en wees niet jaloers op degene die de tuba bespeelt. Want God heeft jou precies die plaats gegeven.”

In een eerder blog schreef ik over twee andere boeken in ditzelfde genre en wat die met me deden: Confetti en Refomeisje

---

Lachen door een waas van tranen, 
Aaltje Hendriks
210 pagina’s | paperback
2026 | Uitgeverij Aspect
→ Bestellen: Lachen door een waas van tranen

23 mrt 2026

Dàt boek komt er niet — en dit is waarom

Ik heb het nu al een paar keer geprobeerd. Andere opzet, andere vorm, opnieuw beginnen. Eerst chronologisch. Hoofdstukken, een mooie lijn, begin, midden, eind. Je weet wel… een boek. Ik puzzelde en probeerde van alles.

Nou. Dat werd het dus niet.

vrouw met laptop drinkt koffie uit een mok terwijl ze achter haar scherm zit te schrijven

Daarna een andere vorm. Nog erger. Elke keer als ik eraan schreef, werd ik down. Van de tekst en van mezelf. Dat je na een uur schrijven denkt: gefeliciteerd, je hebt zojuist al je energie succesvol omgezet in een dip.

Dus ik dacht: hoe kan dit nou? De inhoud ligt er. Tig blogs. Een heel jaar geschreven. Maar van het vormgeven komt geen bal terecht.

Vandaag viel het kwartje.

Tijdens het onderzoek, die blogs, het schrijven op Instagram... dat liep vanzelf. Onderzoeken, schrijven, posten, contact hebben met lezers… geen probleem. Het leefde. Het gaf energie.

Ergens daarna is het misgegaan in mijn hoofd.

Mensen die vroegen: wanneer komt je boek uit? Terwijl ik zocht naar een goed begin.
Opmerkingen dat ik meer moest uitleggen. Dat ik de waarheid “duidelijker” moet zeggen. Meer vuile was van de GerGem buiten moet hangen. 

Niet verkeerd bedoeld. Wel blijven hangen.

En nu zitten die stemmen dus in mijn hoofd. Alsof er iemand meekijkt over mijn schouder. En voor ik het wist veranderde mijn schrijven in een soort handleiding bij mijn eigen kerkelijke leven.

Geen wonder dat het niet meer werkt.

Dus bij deze, voor iedereen die zich afvraagt hoe het zit met dat boek:

Dàt boek... netjes, chronologisch, met een lijn... komt er niet.

Ook geen slimme constructie ervan.

Eerder een blogboek.

En hoe ik dat ga doen…

tja 🙂

---

❤️ Lees ook: Wat memoir-schrijven met mij doet

Gelinkt aan de Huisvlijt-Party van Nicole

13 mrt 2026

Deze God is onze God

Zeven jaar geleden overleed mijn vader.

In de weken daarna schreef ik een blog... om woorden te geven aan wat er door mij heen ging. Laatst kwam ik hem weer tegen. Ik lees hem nu anders, maar de kern is hetzelfde. Daarom deel ik hem opnieuw, mèt een kleine aanvulling.

Dus daar gaan we… terug in de tijd ⏳

Deze God is onze God  - blogtitel van toen

Het is alweer twee weken geleden dat mijn vader overleed.
Hij is er echt niet meer. Niet hier… aan deze kant van het graf.

Er is één blog waarop hij ooit persoonlijk reageerde, omdat het hem raakte.
“Dat is het,” zei hij door de telefoon, “Wie Jezus heeft, die heeft genoeg.”

Bloesemtak in de zon tegen een blauwe lucht, als beeld van snoeien en nieuw leven

Uit mijn dagboek

Ik reed over een rustige weg op het platteland.

Aan mijn rechterhand stonden bomen vol bloesem langs de sloot.
Aan de andere kant zag ik kale stammen met stapels takken eronder. Mannen met helmen liepen rond bij een hoogwerker. Ze waren bezig de bomen te snoeien.

Zo is het ook in mijn leven, dacht ik. De één bloeit, de ander wordt gesnoeid. Maar ieder heeft zijn seizoen. En zelfs dat wat kaalgesnoeid lijkt, draagt toekomst in zich. De bloeier en de gesnoeide... beiden kunnen elkaar tot zegen zijn.

Voor alles is er een vastgestelde tijd,
en er is een tijd voor elk voornemen onder de hemel.
Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen,
een tijd om te sterven en een tijd om te huppelen.
(Prediker 3)

Deze God

Mijn vader koos zelf een tekst voor boven zijn rouwkaart: “Want deze God is onze God, eeuwiglijk en altoos.” (Psalm 48)

Daarachter stond:
Hij zal ons geleiden tot de dood toe.


Ik schuil bij deze God. Zijn God, mijn God.

Hij is Degene die blijft als anderen weggaan.
Hij is gisteren en heden dezelfde. Tot in eeuwigheid.

Vanmorgen las ik een uitleg die daar mooi bij past:

Deze God is onze God. Hij zal onze Gids zijn, zelfs tot de dood toe.
De Heere houdt ons bij de rechterhand en leidt ons door Zijn raad.
Christus, de grote Herder van de kudde — voedt ons en leidt onze voeten
in de wegen van vrede, leven en redding.

Hij leidt niet alleen tot de rand van de doodsjordaan,
maar gaat mee door de diepe wateren,
en verlaat ons niet voordat Hij ons veilig aan de overkant heeft gebracht.
(Vrij naar John Gill)

Pijn en troost

Ik ben verdrietig. Maar het troost mij dat God bij mijn vader was in zijn laatste momenten.“Kostbaar is in de ogen van de HEERE de dood van Zijn gunstelingen.” (Psalm 116)

Ik geloof dat omdat Hij het zegt.
En ik aanbid deze God… onze God… die het onmogelijke mogelijk heeft gemaakt door onze Heere Jezus Christus.
Einde blog


Zeven jaar later

Er is iets dat ik toen nog niet wist. Pas later hoorde ik via via wat de tekst op de rouwkaart voor mijn vader persoonlijk had betekend… dat het hem juist ging om dat laatste: dat God hem zou geleiden tot de dood toe.

Dat was mij toen nooit verteld. En dat deed pijn. Ik had het zo graag willen weten. Het had mij toen bemoedigd. Toch is het goed zoals het gegaan is.

De woorden die mijn vader voor zijn rouwkaart koos, vonden zonder dat ik dit wist hun weg naar mijn hart, als de stem van mijn hemelse Vader.

Zijn God is mijn God.

Tot slot

Woorden doen ertoe. Dat merkte ik toen en dat zie ik nu nog.

Ik heb mijn dagboekje uit die tijd teruggevonden. Daarin beschreef ik de dagen na het overlijden van mijn vader. Dat hielp me bij de verwerking.

Over de dag van de begrafenis schreef ik:

“We gingen naar de kerk. Het was niet fijn daar. De dominee bracht een halve waarheid en schermde Jezus af voor zondaren. Op het graf zei hij nog naardere, ontactische dingen die het niet waard zijn om een plekje in mijn dagboek te hebben.”
Handgeschreven dagboekpagina over het overlijden van een vader, vastgehouden bij een raam met uitzicht op groen.

Na zeven jaar weet ik nog precies wat hij zei. Het zijn woorden die het niet waard zijn om een plekje in deze blog te krijgen. Vorig jaar kon ik de dominee vergeven voor al de dingen die hij gezegd heeft. Lees daarover in deze blog: Ik vergaf de dominee

Wat gebleven is, is dit. Na al die jaren nog steeds:  Want deze God is onze God eeuwiglijk en altoos; Hij zal ons geleiden tot den dood toe.

---

Geschreven op vakantie – week 12, 2026 🌿