14 feb 2026

Wat memoir-schrijven met me doet

Ik voel me lamlendig. Somber. Hoe lang heb ik geschreven? Ik check mijn horloge: twee uur.  Pfff. Niet eens zo lang. Dat boek ook!

Tijd voor vitamine bos


Ik hijs mezelf in mijn jas, stap in mijn wandelschoenen. Een kwartiertje later zit ik op mijn boomstronk onder de fijnsparren. Het miezert. Natuurlijk miezert het 😒

Dagboek
Ik pak mijn schriftje en schrijf:

10 januari 2026

Ik zit weer op mijn plekje, tussen de bomen. Het is heiig en het miezert. Waarom ben ik elke keer zo down als ik geschreven heb? Het gaat me nooit lukken zo. Ik heb er geen zin meer in.

En het ís ook om down van te worden, die kerk in Kootwijkerbroek waar ik opgroeide. Ik wil het graag anders zien, milder misschien, maar het is moeilijk. Die gemeente heeft tot mijn 23ste mijn leven bepaald. En later die in Veenendaal ook, al was dat anders. Terugkijken maakt me verdrietig.

Ik wist niet dat het niet normaal was hoe er gepreekt werd. Toen ik tot geloof kwam, dacht ik: dit is het. De preek is de waarheid. Wat de dominee zegt, zo is het. Ik dacht zelf ook na. Ik wikte en woog. Dat wel. Maar er was geen blijdschap. En ik vond niemand om mee te praten over de Heere, hoe goed Hij is. Het bleef stil. Een zwijgende gemeenschap.

De alleenheid.

De angst om te zeggen: ja, de Heere heeft mij bekeerd. Hij heeft mijn zonden vergeven. De angst om afgekeurd te worden.

Waarom schrijf ik dit boek eigenlijk? Wat voor nut heeft het? Ik heb geen zin in die uitputting na een uurtje schrijven.

En toch wil ik het. Voor wie er nog in zit. Misschien voor wie niet weet dat er leven is buiten wat de dominee zegt. Dat niet de volle rijkdom wordt aangezegd. Hoe groot. Hoe diep. Hoe… de liefde van Christus is. (Tekst thuis nakijken.)

Ik moet gewoon even janken.

Dat gevoel van toen: dat je beoordeeld kunt worden zonder dat je het weet. Dat veiligheid in de kerk onvoorspelbaar is. Dat iemand je kan afkeuren vanwege een aqua-kleurige bloes die boven je zwarte jas uit piept. Wit was beter geweest. Zwart met wit. Geen kleur aan het avondmaal. Dat je dat via via hoort... nooit van iemand zelf 

Was ik naïef? Nee.
Overdreven bang? Ook niet.
Maar wel hyperalert.
Gespannen als een veer van binnen

Ik hou van de gereformeerde gezindte.
Ik hou van de mensen die daarin leefden; en nog leven.
Ik heb ze lief.

Daarom doet het ook zo’n pijn.

Maar ik kan niet meer zeggen: het is mijn gereformeerde gezindte.

Ik sta buiten.

Of heb ik altijd al een beetje buiten gestaan?

De alleenheid is het ergste.

 

Ik stop mijn schriftje terug in de tas en duw mezelf omhoog van de boomstronk. Mijn schouders protesteren. Ik rol ze naar achteren. Nog een keer. Zo stijf na het schrijven.

Ik adem diep in. Boslucht. Fijnsparren. Heerlijk. Ik kijk omhoog en denk: laat het maar miezeren. Laat de regen mijn tranen maar afwassen... en ik maak natuurlijk heel veel foto’s. Mos van dichtbij. Reflectie in een modderplas. Mijn lieve heerstbeestje slaapt nog.

 En de kikkererwt-zwammetjes zijn het leukst (zoe foto)


Ergens halverwege mijn wnadeling merk ik dat ik me weer blijer voel. Zo werkt dat mij. Misschien is dit het eerlijkste inkijkje dat ik kan geven: memoir-schrijven is zoveel pittiger dan ik dacht.

Wat lijkt eenvoudiger dan schrijven over wat je het beste kent: je eigen leven?

En toch is juist dat het moeilijkste. Want zodra je schrijft, sta je niet alleen midden in je verhaal, maar kijk je er ook van een afstand naar. Je bent tegelijk degene die beleeft én degene die onderzoekt, herinnert en overdenkt.

Bron: Sidonie Smith & Julia Watson, uit Reading Autobiography: A Guide for Interpreting Life Narratives


Ik adem boslucht in. Vitamine bos, I did it. En wat is februari mooi. Opeens betrap mezelf erop dat ik een psalm neurie, huh... die psalm? 

Looft God, looft Zijn naam alom…
Looft Hem, om Zijn mogendheden,
Looft Hem, naar zo menig blijk
Van Zijn heerlijk koninkrijk,
Voor Zijn troon en hier beneden.

Voor Zijn troon!

En dan denk ik aan mijn vader. Aan mijn moeder. Aan mijn oma, opa... Aan mijn neefje. En aan nog meer namen. Al dat kerkgedoe voorbij. Geen spanningen meer. Geen vragen meer of het wel echt genoeg was. Zij zijn daar. Voor Zijn troon.

Ik heb geen idee hoe het daar is. Maar ik weet dat ze gelukkig zijn. Echt gelukkig.

En ik sta hier. In de miezer.

En zing mijn gebroken halleluja met hen mee.

31 jan 2026

Schrijven zonder haast – een januari-reflectie

In mijn hoofd ben ik inmiddels bij hoofdstuk vijf. In werkelijkheid heb ik een woord vooraf geschreven en voorzichtig aan hoofdstuk één geroken.

Ambitie genoeg.
Tempo… minder. 😅


En eerlijk? Dat stoort me niet eens. Januari zat vol mooie, gewone, waardevolle momenten. Je ziet ze terug in mijn andere blogs.
  1. Frozen Moments - mijn fotoblog
  2. Beyond Precious - een post over geduld

Ik kan schrijven. Maar zodra ik denk: nu moet het, kan ik het gaspedaal niet vinden. Ik sla niet aan op mijn eigen innerlijke commando.

En ik ben geen racer. Als ik schrijf, bekijk ik het van alle kanten. Je weet wel: deze zin krijgt een duwtje, dat woord wordt gewogen op een goudschaaltje, of het gaat er weer uit. Traag als een slak.

Daar komt nog bij dat mijn onderwerp best aan de zware kant is. Ik heb al een paar keer pauze genomen. Adempauze in het bos. Dan wandel ik onder de bomen, kijk omhoog en zeg ik hardop tegen de grijze lucht: ik leef hier. Nu. Niet meer toen.

Mijn woord van het jaar is geduld.
Vooral met mezelf.

10 jan 2026

Ze deden ons onrecht aan

Ik kreeg via Insta een vraag.
Of het schrijven van de afgelopen twee jaar me ook heling had gebracht.

Ik heb er even over nagedacht. Het is een goede vraag. Alleen het woord heling past niet helemaal bij wat ik ervaar.


Wat het me wél bracht

Wat het onderzoeken me vooral heeft gebracht, is helderheid. Pas toen ik ging schrijven, zag ik hoe diep het zit. Niet één gebeurtenis, maar iets dat door generaties heen werkt. Een manier van denken en een vorm van prediking waarin veel werd gezegd dat niet bijbels was.
Niet meer verzachten

Dat inzicht maakt me eerlijker. Ik draai er niet meer omheen. Ik verzacht het niet meer. Ik schreef de vragensteller iets als dit, dat het voor mij niet als heling voelde, maar als ontdekken wat waar is. Dat ons echt onrecht is aangedaan; door echte mensen, door ambtsdragers. Dat verzacht ik niet meer.

Onrecht blijft onrecht

Ik ben scherper geworden, omdat ik nu zie hoe funest die prediking voor mijn geloof is geweest, en ook voor dat van anderen. En wat betreft de plaatselijke Gereformeerde Gemeente in Veenendaal, die ons toentertijd op een nare manier in het nauw bracht: vroeger zei ik dat ze vast goede bedoelingen hadden met de boze woorden tegen ons en met de stille censuur. Dat ze het niet zo erg bedoelden. Ik verzachtte wat er gebeurde.

Nu laat ik het zijn wat het was.
Onrecht. Ze deden ons onrecht aan.

Geen kruidenthee-moment.

Degene aan wie ik hierover schreef, zei iets als... dat het ontdekken van de waarheid misschien juist wél iets met heling te maken heeft. Misschien als een voorstadium. Dat vond ik een rake gedachte. Voorstadium of niet, beslist geen soft kruidenthee-moment. 

Het is trouwens niet zo dat ik dit nu voor het eerst verwerk. Ik ben ook niet tot een nieuwe conclusie gekomen, maar tot een andere kwalificatie van wat er gebeurde: wat ik lang als pijnlijk maar begrijpelijk kon zien, noem ik nu fout en schadelijk. En dat brengt een andere, nieuwe pijn met zich mee.

💖 Liesbeth van B, zo bedankt voor de vraag!