24 mrt 2025

Ik gaf mezelf, maar raakte mezelf kwijt

šŸ¼ Drie kinderen

Tussen 1992 en 1995 kregen we drie prachtige kinderen. Maar de bevallingen waren zwaar door complicaties, bloedverlies, spoedoperaties. Mijn lijf raakte op, letterlijk. 

Maar ik gaf er niet aan toe.

Moederen en Multitasken

We begonnen een eigen zaak, ik hielp mee met het papierwerk, schreef aan mijn boek, en ondertussen zorgde ik fulltime voor de kinderen en deed alle huishoudelijke klusjes zelf. De mensen om me heen verdienden het BESTE, ik hield zo van hen. Mijn man, mijn kinderen, o ja en ook de kerk nog! Ik wilde een godvrezende vrouw zijn. Vroeg opstaan, alles op orde, geestelijk serieus. "Het brood der luiheid heeft zij niet gegeten" ā€” dat moest ook voor mij gelden. Dus ik bleef doorgaan. Het meest genoot ik van de kinds. Verzorgde ze, speelde, knutselde, verzon activiteiten. Ik kon echt mijn creativiteit kwijt. En 's avonds, als ze sliepen, schreef ik verder aan mijn boek. Soms ook tijdens hun middagslaapje. Dat gaf me energie ā€” dacht ik. Maar echt rusten deed ik niet. 

Hulp = extra belasting? 

We gingen op zoek naar een lieve hulp omdat ik zo moe bleef en vonden er eentje. Maar op de twee middagen dat zij kwam, voelde ik me een soort van "gevangen zitten". Koffie drinken, sociaal doen. Ik wilde dat zĆ­j zich gezien voelde, dus luisterde ik, gaf veel aandacht. Hulp in huis kostte mij twee middagen. Twee middagen minder tijd voor ....

šŸ˜… Raar dat ik dat zo ervaarde  (en het was zo'n lief jong meisje)

Paniek in de kerkbank 

Naar de kerk gaan werd moeilijker in die tijd. Ik kreeg last van paniek. Daar voelde ik me zo schyldig over. In die tijd pakte een boekje over verachtering in de genade uit onze kast. Ik erkende niet dat ik "op" was maar gaf er een geestelijke uitleg aan. Ik verachterde in de genade! Ik had mijn eerste liefde verlaten.... Ik genoot wel van de kids, van het schrijven maar  voor God en Zijn dienst had geen geen puf? Ik beleed mijn zonden voor Gods aangezicht en las het boekje nauwgezet door, terwijl ik er steeds meer van in mezelf. Wat een droevige stoestand. Dan kan het niet anders of God trekt Zichzelf terug.

Op de foto: het boekje. Joel Beeke geeft een uiteenzetting van deze zonde, waartegen in de geheel Bijbel wordt gewaarschuwd, in het bijzonder door de profeten Hosea en Jeremia. De kwaal: ''Want mijn volk blijft hangen aan de afkering van Mij'' (Hosea 11:7a). Hij geeft er ook een oplossing bij.

Psalm 40

Ik hield alles onder de pet en vocht in stilte. Maar op een dag praatte ik erover met mijn man, omdat ik niet meer verder kon... ik kreeg zelfdestuctieve gedachten. Ik faalde. Ik had de maat niet gehaald. Hij hielp me. Daarnaast kregen we in die tijd een nieuwe dominee. Hij kwam bij ons op bezoek en vertelde ons dat hij ooit ook daar geweest was, waar ik bevond (in de ruisende kuil vol modderig slijk). Dat alleen al! 

Hij las Psalm 40 voor:

Ik heb den HEERE lang verwacht; en Hij heeft Zich tot mij geneigd en mijn geroep gehoord. En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt. En Hij heeft een nieuw lied in mijn mond gegeven, een lofzang onzen Gode; velen zullen het zien en vrezen, en op den HEERE vertrouwen.

De psalm was het begin van een opwaartse trent. God was degene die afdaalde in mijn chaos, mij hielp. 

Hieronder mijn Bijbel. Langs psalm 40 staat een streepje dat ruim 20 jaar oud is.

En daarna? 

Ik ben iemand die vond: "Mijn glas is altijd halfvol en ik dank God ervoor!"  Maar in die tijd loochende ik gewoon dat het glas Ć¼berhaupt bestondā€¦ het was namelijk leeg en ik had geen idee!

šŸ“ŽWaarom ik dit schrijf en wat er allemaal onder speelde? Daarover deel ik binnenkort meer in een apart blogje. Over uitputting, calvinistische plichtsdruk en een geloofssysteem waarin "rust" verdacht voelde

22 mrt 2025

Maria Boter: de stille stem achter Smytegelt

Het is zo koud in de kerk, en ik wrijf even over mijn handen voordat ik de ganzenveer weer oppak. Mijn inktpotje staat naast me. Dominee Smytegelt haalt diep adem en kijkt ernstig rond, en ik weet wat dat betekent: hij gaat iets moois zeggen en ik moet zien dat ik hem bijhoud.


Elke zondag zit ik hier, verscholen achter de dikke pilaar, schrijfspullen bij de hand. Net als nu. Ik kijk met een snelle blik om me heen. Iedereen luistert. Of probeert dat tenminste. Ik weet dat ze het niet fijn vinden, wat hij soms zegt. "De kroegen zitten vol, koets en paarden moeten rollen. De jachten en schepen moeten varen, en dat op de dag des Heeren!"

Maar vandaag is anders. Vandaag hoor ik hoe de adem van sommige toehoorders stokt. Dit is niet zomaar een preek. Dit is een aanval. "Er is geen ergere diefstal dan het stelen van mensen," zegt de dominee met zijn donderende stem. "Dit gebeurt in de slavenhandel: God zegt dat wie een mens steelt, zeker gedood zal worden. Is dat niet verschrikkelijk? Christenen hebben van deze diefstal een handel gemaakt! Ach, als de mensen die verkocht, weggevoerd en vaak ook vermoord worden, eens konden sprekenā€”zouden ze dan niet zeggen, net als Jozef vroeger: 'Ik ben gestolen uit mijn land'?"

Ik schrijf nu met een bevende hand. Dit zal niet zonder gevolgen blijven. Ik weet het zeker. Maar Smytegelt is niet bang, en dus zal ik ook niet bang zijn. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat de man schuin voor me heen en weer schuift op de bank. Ik weet dat hij handel drijft met de West, ik weet dat hij het niet met de dominee eens is.  

Smytegelt weet volgens mij wel dat ik zijn woorden stilletjes noteer, maar ik hoorde dat hij heeft laten vastleggen in een testament dat zijn preken niet gedrukt of verspreid mochten worden, dat ze niet overgeschreven of zelfs uitgeleend mochten worden. Liever verbrand dan verspreid. Ik vraag me af waarom hij er zo streng over denkt.

Ik kijk naar de verse regels op het papier en voel een vreemd soort opwinding. Deze woorden mogen niet verloren gaan. Iemand moet ze bewaren. Waarom ik niet? Ik glimlach even terwijl ik mijn ganzenveer neerleg en met een lichte beweging wat zand over de inkt strooi. Dan kantel ik het papier, blaas zachtjesā€”het is droog. En de dienst is ten einde. De mannen staan op, de vrouwen volgen. Mijn vingers doen pijn van de kou in de kerk, maar mijn hart is warm.

Ik verzamel mijn spullen en sta op. Morgenavond zie ik mijn vriendinnen weer. Dan lezen we deze woorden opnieuw, laten we ze op ons inwerken en bidden we samenā€”voor de gemeente, voor hen die wankelen, en voor hen die nog niet verstaan wat wij hoorden.

-- 

Ds. Bernardus Smytegelt (1665-1739)

Bernardus Smytegelt was predikant in Middelburg van 1695 tot aan zijn overlijden in 1739. Hij preekte met kracht. Zijn stem klonk als een klok, zijn handen sloegen op de kansel, zijn voeten stampten op de vloer. Volkszonden, nalatige ouders, een zondige overheidā€”niemand ontkwam aan zijn scherpe vermaningen. Maar wie gebukt ging onder schuld, vond in hem een herder. ā€žLieve Heere", ā€žliefste Heere Jezus,ā€ klonk het dan zacht. Hij waarschuwde voor Gods oordeel, maar wees tegelijk op de open deur van genade.

Toch zou zijn stem allang zijn verstomd zonder Maria Boter (een zekere bejaarde dochter). Dertig jaar lang schreef ze zijn preken mee, zo nauwkeurig mogelijk. Dankzij haar hand bestaan ā€˜Het Gekrookte Rietā€™ en zijn andere werken. Ironisch genoeg wilde Smytegelt zelf nooit dat zijn preken gedrukt werden. Maar Gods voorzienigheid besliste andersā€”zijn woorden klinken nog steeds.


19 mrt 2025

Zaterdagavonden met Smytegelt

In het eerste jaar van ons huwelijk deden we ons uiterste best om zo goed mogelijk voor God te leven. We waren jong, onzeker en hadden nauwelijks voorbeelden om ons aan vast te houdenā€”behalve dat van mijn ouders natuurlijk. Maar ja, we wilden het toch nĆ©t iets anders doen. Beter. Serieuzer. Grondiger.

Hoe zag een leven met God er in de praktijk uit?

We hadden geen idee, maar Ć©Ć©n ding was zeker: we zouden dat samen gaan ontdekken. Biddend natuurlijk. En met volle overtuiging. šŸ˜†

EĆ©n ding stond voor ons als een paal boven water: de zondag moest anders zijn dan alle andere dagen. Een dag apart, heilig. En we wilden een bewuste voorbereiding hebben, zodat we niet zomaar de zondag inrolden.

Zaterdagavond: voorbereiding op de zondag

Daarom stopten we op zaterdagavond met ons werk. Ik legde mijn schrijfwerk aan de kant, mijn man schoof zijn studieboeken opzij. Na het douchen pakte hij Keurstoffen van Smytegelt, en las hij mij een preek voor. Het waren plechtige momenten, gewichtig, alsof we een klein ritueel hadden gevonden dat ons hielp om dichter bij God te komen. Terwijl ik dit schrijf, ligt datzelfde boek naast me. De kleine, aarzelende kruisjes die mijn man toen bij elk gelezen hoofdstuk zette, zijn nog altijd zichtbaar.

šŸ‘‡ Goed kijken, dan zie je het kruisje op de foto


Een vertrouwde stem

Onze keuze voor Smytegelt kwam niet zomaar uit de lucht vallen. In mijn ouderlijk huis stonden twee stevige, bruine banden met gouden letters op de rug. Mijn moeder vond troost in zijn prekenā€”troost in tijden van twijfel en verdriet. Ik zag haar vaak met een boek op schoot, bladerend, lezend. Toen wij trouwden, kregen we een eigen exemplaar: Keurstoffen of verzameling van zeer uitmuntende predikaties. 

šŸ’– Het voelde vertrouwd om met deze woorden de zondag tegemoet te gaan: verbonden met de generaties voor ons.

Ernst en schuldgevoel

Mijn gedachten dwaalden soms af tijdens het luisteren en direct voelde ik me schuldig. Dat beleed ik dan in mijn avondgebed, want zulke momenten konden onmogelijk Gods goedkeuring wegdragen. En toch... Smytegelt schreef ook dingen die mijn hart raaktenā€”en dat nog steeds doen. Zoals deze woorden, die ik hier verkort en in eenvoudiger Nederlands weergee:

ā€œGeliefden, wees niet tevreden met een zwak en dor geloof. Ach, als u zo blijft, mist u troost en kracht om God te dienen. Onderzoek uzelf. Misschien leeft u in nalatigheid of zonde, bent u niet trouw in uw roeping, stelt u God niet voorop, of verwaarloost u gebed en Bijbelonderzoek. Is er iets te belijden? Verneder u dan voor de Heere en richt uw slappe handen weer op. Hij wil geen luie dienstknechten, maar toegewijde kinderen!

Laat uw zwakheid u niet moedeloos maken. God kent uw zwakheid, maar Zijn verbond blijft. Roep vol geloof:

ā€˜O God, U bent mijn God! Wie heb ik naast U in de hemel? Op aarde verlang ik niets buiten U. Bezwijkt mijn hart, dan blijft U mijn deel voor eeuwig.ā€™ā€



 Nieuwe gehoorzaamheid

Ik schrijf over zware dingen, maar het voelde niet zwaar. Wat ik deed, zag ik als mijn antwoord op het verbond dat God met mij sloot toen ik nog geen twee weken oud was. Zoals het doopformulier zegt:

ā€œOvermits in alle verbonden twee delen begrepen zijn, zo worden wij ook weder van God door den Doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid.ā€

Dit was dus mijn nieuwe gehoorzaamheid: preeklezen op zaterdagavond šŸ˜Ž

Het herinneren waard

Wat een herinnering. Toch de moeite waard om over te schrijven. Onder de foto noem ik nog wat leuke feitjes, gewoon uit mijn hoofd. De zwaluwen winnen het, die vond ik echt geweldig. Ja, en dat wij samen waren... ook niet onbelangrijk. 

šŸŒø We woonden in Elst, vlak bij de rivier. Die lente keerden de zwaluwen terug en nestelden zich in de oude schuur. Ik had nog nooit van zo dichtbij gezien hoe ze hun lemen huisjes bouwden, hoe piepende snaveltjes opensperden bij elke voedervlucht. We genoten er zo van.

šŸš¢ Op de horizon dreven de boten traag voorbij, hun motoren bromden diep in de avondstilte. Soms keek ik ernaar en vroeg me af: zouden mijn voorouders ook op de Rijn gevaren hebben? Zo, langs Elstā€¦

šŸ—ļø Mijn man werkte als bouwkundig ingenieur. We leefden eenvoudig, met net genoeg voor huur en boodschappen. Wat een blijdschap toen we ineens iets overhieldenā€¦ en graskaas konden kopen! šŸ§€āœØ

šŸ“– Ik schreef mijn derde boek af. Wat was ik blij dat mijn uitgever het uit wilde geven. Ik genoot van het proces en begon meer studieboeken te lezen over "schrijven"

šŸ¤°We verwachtten een kindje. Jong waren we, vol hoop, zoekend naar Gods weg, terwijl het zich als vanzelf ontvouwde.

De foto's (de eerste en de laatste 2) heb ik te danken aan het fotoalbum van mijn ouders. Na hun overlijden nam ik het mee. Zelf hadden we geen fotoā€™s van deze periodeā€”wie dacht daar nou aan? Maar wat een verrassing om dit terug te zien!

šŸ” We huurden de helft van een woonboerderij. Gemeubileerd. We hoefden zelf niets mee te sjouwenā€¦ behalve onze boekenkast. Die was wĆ©l van ons. En wat stond daar natuurlijk in? De keurstoffen van Smytegelt. 

--

P.S Deze blog komt niet letterlijk in mijn boek, maar het is wel een deel van het raamwerk. Onze zaterdagavonden met Smytegelt, de ernst, de eenvoudā€”het hoort erbij. Zonder dit zou mijn verhaal incompleet zijn