31 dec 2024

Het oudejaarsgevoel van een GerGem-meisje

En dan scroll ik.

Gewoon een beetje gedachteloos, lekker in mijn pyjama.
En bam… daar is-ie weer. Zo’n oudjaarsplaatje. Rekenschap. Verantwoording. Ernstige woorden in nette letters.

De jaarwisseling vraagt om verantwoording aan de Schepper van de tijd.
De balans opmaken.

Ik voel het meteen.
In mijn borst. Achter mijn ogen.

Tranen die niet komen.

En het irritante is: ik wéét wat dit is.
Oude angst door een vorm van tijdsdenken dat van een kalender een moreel meetmoment maakte. Op de preekstoel en eronder. In Gods huis. In de houding van mijn moeder.

Maar mijn lijf denkt: oh ja, we moeten weer.
Mijn brein herkent een bekend patroon: oudjaar + ernst + rekenschap = gevaar.
Niet fysiek gevaar, maar existentieel.
De vraag: ben ik genoeg?

En dat patroon is zó vaak ingeprent, dat mijn zenuwstelsel al reageert vóórdat ik er woorden aan geef.

Dus zelfs terwijl ik denk: dit klopt theologisch niet,
gaat mijn systeem met me aan de haal.

Het voelt alsof ik weer die berg op moet.
Omhoog, omhoog, omhoog, richting God als Rechter.
Met alles wat niet af is, niet lukte dit jaar, niet zuiver was.
Alsof ik al tastend mijn weg moet zoeken. In het donker.
En ergens bovenaan wacht dan het moment van rekenschap.
Zo wer het gepresenteerd. 
Een echo van jaren, diep in mijn genen.

Het voelt als een donkere golf die alles overspoelt.

Totdat ik mijn Bijbel open.
En ik lees.
Gods eigen woorden.

Geen God die boven op de berg staat te wachten tot ik eindelijk boven ben.
Maar een God die naar beneden kwam.
Omdat Hij de wereld zo liefhad.

Zo redde Hij mij.
In de Messias.

Zo ben ik zelf tot geloof gekomen.
Niet omdat ik eindelijk boven was,
maar omdat Hij mij vond waar ik was.

Ik leef niet meer van afrekening naar afrekening.
Ik leef vanuit genade.

Dag na dag.
Met vallen en opstaan.
Onderweg naar Huis.

Mijn nare gevoel betekent niet dat het waar is.
Het betekent dat het oud zeer is.
Ingesleten. Dieper dan diep.

Later zei ik tegen mijn man, een beetje achteloos:
“Ik had er weer last van. Je weet wel.”

Hij knikt. Natuurlijk weet hij het.
Dat gevoel. Dat oude ding.

“Taai spul,” zegt hij. “Oude rakker.”

En dat is eigenlijk genoeg.
Geen analyse. Geen oplossing.
Gewoon even hardop zeggen dat het er weer was.

Omdat het oudejaarsdag is.

Maar ik hoef vandaag die berg niet op.
Morgen ook niet.

Lang heb ik de HEERE verwacht,
en Hij boog Zich naar mij toe en hoorde mijn hulpgeroep.
Hij beurde mij op uit een kuil vol kolkend water,
uit modderig slijk.
Hij zette mijn voeten op een rots
en maakte mijn schreden vast.
Hij legde mij een nieuw lied in de mond,
een lofzang voor onze God.
Velen zullen het zien en vrezen,
en op de HEERE vertrouwen.
— Psalm 40

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Super dat je reageert! 😄